Beati immaculati (Johann Walter)

Johann Walter, Beati immaculati in via (1 vrije stem, 1 basso ostinato, 1 altus repetetivo en 4 stemmen in canon), geschreven voor de inhuldiging van de slotkapel van Torgau in 1544, in aanwezigheid van alle groten van ‘de Reformatie’. Luther zelf was de voorganger van dienst.

Torgau, Slotkapel. Zicht van boven het altaar. Er werd ongetwijfeld gemusiceerd van ‘rondom’.

 

Hieronder de uitvoering door het Calmus ensemble en Die Lautten Compagney, afkomstig van hun CD Mitten im Leben. 1517 ). Het motet bestaat uit 4 dubbelverzen genomen uit Psalm 119, gecombineerd met de jubel voor Luther & Melanchthon (bas) en de keurvorst (alt). De sopraan heeft een vrije partij, de andere stemmen (tenor) zingen de 4 psalmverzen telkens in een andere canon.

Onder de afbeelding de 4 stemboekjes in PDF-viewer.

De vertaling van de ostinato tekst:

Leve Luther, leve Melanchthon,
lang zullen leven, de lichten van onze aarde,
zielen die aan Christus dierbaar zijn.
Door u is aan ons de verheven leer van Christus
teruggeschonken, door uw dienst, zijn de donkere wolken
verdreven, en kwam met een nog stralender opgang
de leer van het heil weer aan het licht.
Nog minstens zoveel jaren toegewenst als Nestor !

De vier stemboekjes.

IMSLP500810-PMLP175104-walter_cantio_septem_vocum_1-2

 

IMSLP500811-PMLP175104-walter_cantio_septem_vocum_3-4

 

IMSLP500812-PMLP175104-walter_cantio_septem_vocum_5-6

 

IMSLP500813-PMLP175104-walter_cantio_septem_vocum_7

Johann Walter, Ein neues Lied wir heben an (2x SATB)

Transcription of the two SATB-versions Johann Walter published of this song. The oldest (the ‘original’) can be found in the Geistliches Gesangbuchlein (Wittenberg) 1524/5). A new version appeared in a re-issue of this book in 1534. I based my transcription on the 1537 edition. You can find it on imslp. The main difference lies in the last line of the tune. It differs from the the 1524/5 edition. [for those who understand Dutch or are satisfied with the images to see the difference, this page]. Now it is identical to the original editon of the first printed version we know of (The Erfurt Enchiridion of 1523). Walter also made a new setting of the the first line. The version is more festive.

1. Geistliches Gesangbuchlein 1524/1525

Ein_neues_Lied_wir_heben_an_Johann_Walter_1525

2. Geistliches Gesangbuchlein 1537

Ein_neues_Lied_wir_heben_an_Johann_Walter_1537_rev

Luthers eerste lied (ontstaan en verspreiding)

Het lied zelf (zie hierover deze pagina) is waarschijnlijk vlak nadat Luther het heeft gemaakt (gedicht en gezongen), gedrukt en wijd verspreid. Dit was toen een zeer gebruikelijke procedure. Veel markante gebeurtenissen werden in liederen omgezet en zo ‘den volke kond gedaan’, bekend gemaakt, een soort ‘gezongen gazet‘. (Zo zijn er liedjes over de belegering van Wenen, over wat er in Munster is gebeurd, over een vorstelijk huwelijk, een wonderlijk natuurverschijnsel etc..). Titel en beginregel zijn ook vaak vergelijkbaar: ‘Ein hübsch neu Lied von [onderwerp].’ etc.

Duidelijk is dat Luther in deze ballade vooral de propaganda vanuit het kamp der “Leuvense Sophisten” dat de twee monniken op het laatst nog zouden hebben herroepen, wil bestrijden. Daarom benadrukt hij in dit lied en de parallelle brief aan de Christenen in de Nederlanden hun geloofsmoed en vreugdevolle volharding. Luther kiest bewust voor een taalregister dat heel dicht aansluit bij de ‘martelaarsacten’ uit het begin van de kerkgeschiedenis.

Zulke apart gedrukte teksten (1 vel, of een recto/verso geplooid en versneden tot een ‘booklet’) noemt men in het Duits: ‘Fliegende Blätter‘ of ‘Einzeldrücke‘. Jammer genoeg is er geen exemplaar van de eerste druk van Luthers lied bewaard. Wel zijn er latere drukken bekend. Ik heb van zo’n Einzeldruck (ca. 1530) een digitaal booklet gemaakt dat u op deze pagina kunt doorbladeren. Ook de allereerste verzameling Duitse geestelijke liederen (eigenlijk een verzameling van losse Einzeldrücke heb ik als digitaal bladerboek voorzien: Etlich chrisliche Lieder (Achtliederbuch).

Al zingend de wereld doordringen van nieuwe gedachten.

De eerste gedrukte versie van Ein neues Lied die we nog hebben is te vinden in het eerste Lutherse liedboekje (met voorwoord, dus ‘officieel’): Ein Enchiridion oder Handbuchlein (Erfurt, 1524). Het staat er samen met de eerste oogst van geestelijke liederen (vertalingen van oud-kerkelijke hymnen en sequenzen, Duitse Psalmberijmingen, en vrije catechetische of stichtelijke liederen), Van elke categorie een voorbeeld:

  •  Nun freut euch lieben Christen g’mein (vrij gedicht, een ballade over hoe God de mens redt door Christus, zingende catechese);
  • Komm, Gott, Schöpfer heiliger Geist (Duitse vertaling van de oudkerkelijke Pinksterhymne ‘Veni creator spiritus’, ook qua melodie dicht aanleunend tegen het origineel);
  • Aus tiefer Not schrei ich zu dir (Psalm 130, boetepsals ‘De Profundis’ strofisch vertaald op de melodie van een reeds bekend kerklied. Later voorzien van een eigen melodie (beter: twee melodieën, waarvan de Phrygische het bekendst is geworden).

Bijna onmiddellijk nadien zijn er ook polyfone zettingen (3,4,5,6-stemmig) te vinden van deze liederen (plus nog enkele andere) in Walters Geistliches Gesangbüchlein. Dit doet vermoeden dat er een project achter zit: De muziek gebruiken om de nieuw-gevonden boodschap ingang te doen vinden in de hoofden èn harten van de mensen: Al zingend de wereld doordringen van nieuwe gedachten. De doelgroep is ook duidelijk: Naast iedereen die gïnteresseerd is in de materie wordt vooral de jeugd geviseerd. De sterk catechetische toon van de eerste Lutherse productie versterkt dit gevoel. Op de titelpagina van het Enchiridion worden ze onderaan expliciet vermeld, de ‘jonge jeugd’. Het is natuurlijk een verkoopsargument, maar toch, lees maar mee: ‘Mit dysen und der gleichen Gesenge soltt man byllich die yungen yugendt aufferzihen’ : Deze en soortgelijke gezangen kun je gebruiken om de jonge jeugd op een goede manier op te voeden. Ook hiervan heb ik een digitaal bladerboek gemaakt.

Titelpagina van het Erfurter Enchiridion (1524)

 

De polyfone zettingen van Johann Walter (zie onder) zijn volgens Luther zelfs expliciet bedoeld voor de jongelui. Een citaat uit het voorwoord van Walters Geistliches Gesangbüchlein (1524/1525) – dat later vaak is herdrukt:

Tweede pagina van het voorwoord van Luther

zij [= de liederen in deze bundel] zijn vierstemmig getoonzet met geen andere reden dan dat ik graag zou zien dat de jeugd, die toch behoorlijk zal moeten worden opgevoed in de Muziek en de andere goede kunsten (NB: Muziek was een schoolvak en één van de ‘artes liberales’, DW) iets zou hebben waarmee zij de wulpse liederen en de wereldse gezangen zou loslaten en in plaats daarvan iets heilzaams zou leren, zodat ze het goede zich zou eigenmaken terwijl ze er tegelijk plezier aan beleeft, zoals dat hoort als je met jongeren van doen hebt.”

Dit zijn geen originele gedachten van Luther (zoals in diverse publicaties nog al eens te lezen is, terwijl men Luther de hemel in prijst), maar ‘common place’ (gemeenplaatsen) sinds de tijden van Chrysostomus en Origenes en die gaan weer terug op …. Plato. De kerk heeft altijd een haat-liefde verhouding gehad met muziek, en vooral heeft ze veel moeite gehad met instrumentale muziek. Muziek hoorde bij het heidense leven, m.n. bij het theater. Heel mooi is de spanning verwoord door Augustinus als hij vertelt over de eerste keer dat hij Ambrosius hoorde zingen. Maar precies dezelfde redeneringen vind je ook bij Calvijn.

Juist daarom is trouwens dit voorwoord van Luther zo sterk. Hij neemt namelijk ook in die debatten meteen positie in, èn hoe ! Lees maar even verder:

Ook ben ik niet van mening dat door het Evangelie alle kunsten tot de grond toe moeten worden afgebroken en vergaan zoals sommige ‘over-geestelijke’ mensen verkondigen. Ik wil alle kunsten, in het bijzonder de muziek, graag zien in de dienst van Hem die ze gegeven en geschapen heeft. 

Luther is één van de weinige theologen die ook het lichaam als scheppingswonder Gods serieus genomen heeft en ‘bejaht’ (zoals de Duitsers zo mooi kunnen zeggen). Hij genoot dus van eten, drinken, seks en muziek, om maar eens een paar fysieke geneugten te noemen. Hij vond het daarvan kunnen genieten evenzeer tot de  christelijke moraal behoren, dan goed gedrag en zeden. Hoe geestelijker een mens zich gedroeg, hoe meer Luther geneigd was op z’n hoede te zijn. … Maar dit terzijde.

Ein neues Lied wir heben an (muziek)

Er is enige discussie over de originele melodie van Luthers eersteling, m.n. de laatste regel. Dat gaat zowel over de nootlengte (duur) als de noten zelf. Hier de twee versies naast elkaar in de officiële kritische editie (Archiv Weimarer Ausgabe, Band 4, ed. Markus Jenny). NB: de muzieknotatie is gemoderniseerd.

slot a) staat in het Erfurter Enchiridion uit 1524. De oudst bekende editie.
slot b) staat in het tenorboekje van Walters Geystliches Gesangbüchlein uit 1524 (hedruk 1525), iets later verschenen dan het voornoemde Enchiridion maar in hun ontstaan liggen ze vlak bijeen. In latere uitgaven edities van het Gesangbüchlein (d.w.z. sinds 1534) heeft Walter zich aangepast en geeft ook slot a).

[link naar transcriptie van beide versies SATB van Johann Walter]

Wat is het probleem? Tweeërlei: 1. De laatste regel valt uit het verwachte tempo. Beide keren is het een versnelling (je zou verwachten dat de notenwaarde onder ‘reichlich hat getzyret’ dubbel zo lang zou zijn). 2. Het bijzondere van slot b) is dat die dan ook nog eens op de dominant ipv de tonica eindigt. Een fout? Een Meistersinger-eigenaardigheid? Daar is één argument voor (al het andere spreekt ertegen): In de eerst bekende editie (Enchiridion) wordt ook de tekstregel ‘apart gezet’ van de rest. Het is een zogeheten ‘wees-regel’. Geen rijm en in de layout wordt ze van de rest van het couplet nadrukkelijk onderscheiden door een flush right. [zie in de afbeelding hieronder de regel: ‘So reichlich hat getzyret‘]. Toch blijft het ook dan muzikaal eigenaardig. De altus Franz Vitzthum houdt zich aan Walters origineel uit 1524 op zijn CD ‘Luthers Laute’. Voor polyfone zettingen is de aanpassing van de duur van de noten van slot a) aan de vorige regels blijkbaar zo voordehandliggend, dat zowel Praetorius in 1610 als Ceuleers in 2016 het onafhankelijk van elkaar zo hebben opgelost. [zie onder]. Walter’s Gesangbuchlein blijft dus ‘the odd one out’. Hij behoudt overigens wel de ‘originele’ notenlengte.

Tenslotte: het echte origineel is waarschijnlijk een ‘Einzeldruck’ (een los blad, of een miniboekje) van het lied geweest met melodie. Zo werden er in die jaren tientallen geproduceerd, vooral vertellend, soms ook geïllustreerd. Het waren ‘gezongen gazetten’. Een latere druk (ca. 1530, maar zonder melodie) kunt u hier doorbladeren.

Ten bewijze en om u te kunnen voorstellen waarover het gaat hieronder enkele scans uit de oude edities:
– Enchiridion 1524
– Walter: Gesangbuchlein (tenor) 1525 en 1537

– Praetorius 1610 (SATB)
– Ceuleers 2017 (SATB)

 

Erfurter Enchiridion – 1524

 

Walter Gesangbuchlein – 1525

[link naar transcriptie van beide versies SATB van Johann Walter]

Walter Gesangbuchlein – 1537

 

Voor een transcriptie van beide versies (PDF), klik hier.

 

Praetorius, Musae Sioniae – 1610 (c.f. in sopraan)

 

Ceuleers SATB (c.f. in tenor) – 2017

 

Een driestemmige doorgecomponeerde versie (2 instrumentale, 5 gezongen coupletten) is te horen op youtube: