De 95 stellingen (Baselse druk)

De eerste die Luthers 95 stellingen in boekvorm (beter: brochure, pamflet) afdrukt is Adam Petri in Basel. De vorige edities waren enkelzijdig bedrukte folios, d.w.z. kopieën van de stellingen zoals die uitgehangen worden voor een debat. (zie deze pagina). In deze editie is er dan ook een frontcover nodig, en dus een titel: Disputatio D. Martini Luther theologi, pro declaratione virtutis indulgentiarum. Bibliografische gegevens:  http://ustc.ac.uk/index.php/record/639278. In tegenstelling tot wat daar staat, is de editie ongedateerd. Het jaartal 1517 aan het einde hoort bij de gedrukte tekst. Die stond onderaan op het blad met de stellingen. Wel opmerkelijk is nog dat de originele nummering (3 groepen van 25 stellingen en 1 groep van 20) is behouden. De plaatjes hieronder komen uit een pdf van de Geneefste E-rara collectie: http://dx.doi.org/10.3931/e-rara-273

https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_06-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_07-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_10-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_11-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_12-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_13-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_14-751x1024.jpg
https://luther.wursten.be/wp-content/uploads/2016/12/lutherthesen_Basel_15-751x1024.jpg

De stellingen kort toegelicht

Luther zegt over de aflaten op zich niets nieuws en er staan veel zaken in die hij een jaar later niet meer voor zijn rekening zal nemen en nog een jaar later zal bestrijden: bijv. De priester is nodig bij het ‘sacrament van de verzoening’ en de paus mag aflaten uitschrijven. [Snapt u nu dat Luther – achteraf – helemaal niet zo tevreden was over zijn stellingen en hun gepublicatie betreurde?] 

7. God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als zijn plaatsvervanger.
61. Het is duidelijk, dat voor kwijtschelding van straf en vrijspraak in bepaalde gevallen de macht van de paus alleen voldoende is.

Maar dan gaat hij verder. M.i. de belangrijkste van alle:

62. De ware schat der Kerk is het heilig Evangelie van de heerlijkheid en de genade van God.

En lees dan eens verder, per tweetal ( enerzijds akkoord, maar anderzijds…)

63. Maar deze schat wordt – logisch – zeer gehaat, want hij maakt de eersten tot de laatsten.
64. De schat der aflaten daarentegen is bijzonder geliefd – ook logisch – want hij maakt de laatsten tot de eersten.

65. De schatten van het Evangelie zijn dus de netten waarmee men vroeger vermogende mensen ving.
66. De schatten van de aflaat zijn de netten waarmee men nu het vermogen van de mensen vangt.

67. De aflaat, die door de predikers als de ‘grootste genade’ verkondigd wordt, moet inderdaad ‘groot’ heten, in die zin, dat hij veel opbrengt.
68. Maar de aflaat is werkelijk uiterst gering, vergeleken met de genade van God en het geloofsleven onder het kruis.

69. De bisschoppen en pastoors zijn verplicht de commissarissen van de apostolische aflaat met alle eerbied toe te laten.
70. Maar ze zijn nog meer verplicht met ogen en oren op te letten, dat deze commissarissen niet in plaats van wat de paus heeft opgedragen hun eigen fantasieën prediken.

71. Wie de waarheid van de pauselijke aflaat weerspreekt, die zij vervloekt en verdoemd!
72. Maar wie zich bezorgd maakt over de willekeur en de brutaliteit in de woorden van de aflaatpredikers, die zij gezegend!

En de scherpste aanval zit ‘m in een opsomming van ‘wat men zegt over de aflaat’ … en waar volgens Luther elke serieuze theoloog of priester zich aan ergert, maar waar hij weinig tegen kan beginnen, behalve zeggen dat het niet klopt… Tijd voor de bisschop en de paus om paal en perk te stellen dus. Orde op zaken, opening van zaken. 

82. Bijv. : Waarom ruimt de paus het vagevuur niet leeg vanwege zijn allerheiligste liefde en vanwege de grote nood der zielen.
86. — Of: waarom bouwt de paus nu niet liever de St. Pieterskerk van zijn eigen geld in plaats van dat van de arme christenen, terwijl toch zijn vermogen groter is dan dat van de rijkste Crassus?

De 95 stellingen

Hieronder een ‘ongeautoriseerde’ herdruk van de 95 stellingen, zoals die in Nürnberg (1518?) is verschenen. [click to zoom]. Een selectie in vertaling vindt u onder de afbeelding. Voor meer info (inleiding, tekst Latijn-Nederlands, en summiere duiding:
http://www.dick.wursten.be/luther_95stellingen.htm

klik hier voor een afbeelding van de drie oudste edities

lutherthesen2

1518, Stölzel, Nürnberg

Luther zegt niets nieuws. De priester is nodig bij het ‘sacrament van de verzoening’ en de paus mag aflaten uitschrijven.

  • 7. God vergeeft niemand de schuld zonder hem te brengen tot deemoedige gehoorzaamheid aan de priester als zijn plaatsvervanger.
  • 61. Het is duidelijk, dat voor kwijtschelding van straf en vrijspraak in bepaalde gevallen de macht van de paus alleen voldoende is.

Maar dan gaat hij verder met stellingen die u per tweetal moet lezen: enerzijds akkoord, maar anderzijds.

  • 62. De ware schat der Kerk is het heilig Evangelie van de heerlijkheid en de genade van God.
  • 63. Maar deze schat wordt – logisch – zeer gehaat, want hij maakt de eersten tot de laatsten.
  • 64. De schat der aflaten daarentegen is bijzonder geliefd – ook logisch – want hij maakt de laatsten tot de eersten.
  • 65. De schatten van het Evangelie zijn dus de netten waarmee men vroeger vermogende mensen ving.
  • 66. De schatten van de aflaat zijn de netten waarmee men nu het vermogen van de mensen vangt.
  • 67. De aflaat, die door de predikers als de ‘grootste genade’ verkondigd wordt, moet inderdaad ‘groot’ heten, in die zin, dat hij veel opbrengt.
  • 68. Maar de aflaat is werkelijk uiterst gering, vergeleken met de genade van God en het geloofsleven onder het kruis.
  • 69. De bisschoppen en pastoors zijn verplicht de commissarissen van de apostolische aflaat met alle eerbied toe te laten.
  • 70. Maar ze zijn nog meer verplicht met ogen en oren op te letten, dat deze commissarissen niet in plaats van wat de paus heeft opgedragen hun eigen fantasieën prediken.
  • 71. Wie de waarheid van de pauselijke aflaat weerspreekt, die zij vervloekt en verdoemd!
  • 72. Maar wie zich bezorgd maakt over de willekeur en de brutaliteit in de woorden van de aflaatpredikers, die zij gezegend!

En de scherpste aanval zit ‘m in een opsomming van ‘wat men zegt over de aflaat’ … en waar serieuze theologen en priesters de handen aan vol hebben om dat te weerleggen. Tijd voor de bisschop en de paus om paal en perk te stellen dus. Orde op zaken, opening van zaken. Bijv…

  • 82. Te weten: Waarom ruimt de paus het vagevuur niet leeg vanwege zijn allerheiligste liefde en vanwege de grote nood der zielen.
  • 86. — Of: waarom bouwt de paus nu niet liever de St. Pieterskerk van zijn eigen geld in plaats van dat van de arme christenen, terwijl toch zijn vermogen groter is dan dat van de rijkste Crassus?

 

Daar is Luther weer…

We zullen dit jaar niet om Martin Luther heen kunnen: 2017 is uitgeroepen tot Lutherjaar. De toeristische dienst van Duitsland in het algemeen en van Sachsen-Anhalt draait al enige tijd overuren en REFO500 zit ook niet stil. Het ene na het andere Lutherboek rolt van de pers. Er is zelfs al een Playmobil Luther met ganzeveer en Duitse Bijbel. Ook in Antwerpen staan een hele serie activiteiten op stapel (zie hier voor een overzicht).

luther_playmobil_thesenanschlag

En dat allemaal om een gebeurtenis te herdenken die er hoogstwaarschijnlijk geen was: de Thesenanschlag van 31 oktober 1517.
Luther zelf heeft er nooit naar verwezen hoewel hij bepaald niet verlegen zat om een sterk verhaal om zijn vrienden, studenten, of collega’s mee te vermaken tijdens de maaltijd. Zeker als het over de mythische tijd van de grote ontdekkingen ging, wijdde hij graag uit: denk aan het beroemde verhaal van de ‘Turmerlebnis’. Sterker nog: als Luther de 95 stellingen over de aflaat al eens noemt, dan doet hij dat met een zekere gêne. Aan zijn collega professor en vriend, Christopher Scheurl, schrijft hij bijvoorbeeld in maart 1518 dat hij – als hij geweten had hoeveel effect ze zouden hebben gehad – ze wel zorgvuldiger zou hebben geformuleerd. Niet erg logisch dus dat hij die met veel bombarie aan de poorten van de kerken van de stad zou hebben genageld. In diezelfde brief vertelt hij trouwens wat hij wel beoogd heeft met die stellingen: een academisch debat met collega-theologen uit de buurt, zowel face to face als schriftelijk over de aflaten.

ERGO: De stellingen zullen rond Allerheiligen opgehangen zijn aan de deuren van de slotkerk, omdat dat het mededelingenbord van de Wittenbergse universiteit: ‘Ad valvas’. Maar of dat op 31 oktober is gebeurd en door Luther zelf, is hoogst twijfelachtig. En zo ja, dan in elk geval niet als publieke protestactie. Meer hierover op een aparte pagina.

Wel zeker is het dat Luther ze naar vrienden en collega’s heeft gestuurd en – nog belangrijker – ze als bijlage bij de brief aan de aartsbisschop van Mainz heeft gevoegd waarin hij de aflaatkramerij aanklaagt. Die brief is trouwens wel gedateerd: 31 oktober 1517. De stellingen zijn dus pas een hot item geworden toen enkele van Luthers vrienden hun exemplaar doorgaven aan drukkers buiten Wittenberg, die ze in een beperkte oplage begonnen te drukken en vervolgens moesten vaststellen dat ze verrassend snel door hun voorraad heen waren. Via de drukkerij van Froben in Bazel kwam er in maart 1518 ook een exemplaar bij Erasmus terecht, die toen in Leuven verbleef. Hij stuurde die door naar zijn goede vriend in Engeland, Thomas More, zonder commentaar.

Retrospectief zijn ze dus belangrijk en inhoudelijk bijzonder interessant. Ook de aartsbisschop van Mainz stuurde ze – na advies te hebben ingewonnen van de theologen van de universiteit van Mainz – door, in dit geval naar Rome ter screening op hun orthodoxie, één van de gevolgenrijkste ‘forwards’ uit de geschiedenis. Op dat moment werd de ‘causa Lutheri’ ingeleid, de ‘zaak Luther’, en was een regionale kwestie een internationale princiepszaak geworden. In de stellingen wordt namelijk de heilsnoodzakelijkheid  van het kerkelijk instituut (opgebouwd rond het sacrament van de boete) op z’n minst gerelativeerd en het gezag van de paus – vragenderwijs, maar de ondertoon is emotioneel en fel – geproblematiseerd.

Blick auf ein sich mehrfach spiegelndes Lutherbildnis in der Ausstellung “Fundsache Luther” in Halle (Saale), aufgenommen am Donnerstag (30.10.2008). Foto: Peter Endig dpa/lah +++(c) dpa – Report+++

Andrew Pettegree, ‘Brand Luther’ (Het merk ‘Luther’)

Andrew Pettegree, Brand Luther. Printing and the Making of the Reformation. Penguin Press 2015. 388 blz. € 20,95. ISBN 9781594204968.

Ook verkrijgbaar in het Nederlands: Het merk Luther (Atlas-Contact, € 29,95)[opmerking: De briljante subtitel van het origineel is hier wel erg verhakseld en syntactisch dubieus, maar dit geheel terzijde]

Wie geïnteresseerd is in de manier waarop Luther ‘zichzelf’ en zijn ideeën in de markt zette, maar een beetje huiverig is voor al die theologie die dat met zich meebrengt, die kan zijn hart ophalen aan een prachtige boek van Andrew Pettegree, de kenner bij uitnemendheid van de wereld van het boek in de zestiende eeuw: Brand Luther (merk ‘Luther’). De ondertitel zegt waar het boek over gaat: ‘Printing and the making of the Reformation’. De blurb op de omslag, die tegelijk ook illustreert (letterlijk) wat de hoofdboodschap van het boek is, zegt het nog preciezer: ‘How an unheralded monk turned his small town into a center of publishing, made himself the most famous man in Europe – and started the protestant reformation’. Je wandelt hier met Luther door het ministadje Wittenberg, je hoort Luther ruzie maken met de locale drukker Rhau-Grunenberg als hij weer eens minderwaardig zetwerk heeft afgeleverd. Je ziet Lucas Cranach en Melanchthon bezig met het ontwerpen van spotprenten op de paus. Maar bovenal krijg je ontzag voor de schrijf- en werkkracht (en concentratie) van Luther in met name de jaren 1517-1525. Zeer leerrijk is het stuk over Luthers eerste Duitse boekje (‘Sermon von der Ablasz und Gnade’, 1518) eigenlijk een pamflet, een brochure. Het zijn maar 8 bladzijden, 20 korte alinea’s. In iets meer dan 1.400 woorden (2 A4-tjes) zet Luther puntsgewijs en beknopt uiteen wat hij heeft willen zeggen met zijn thesen over de aflaat, zo, dat elke Duitser die kan lezen, het begrijpt. Wie iets van de theologische debatstijl van de late Middeleeuwen kent, weet dat dit not done was. Hier is een revolutionair bezig, die bewust het publiek zoekt om zijn punt te maken. De drukpers staat hem ten dienste, maar tegelijk transformeert Luthers schrijven de drukkerswereld zelf. Een markt wordt ontdekt en de drukpersen komen met al die pamfletten, boekjes in de volkstaal etc.  voor het eerst goed onder stoom. In no time ontwikkelt Wittenberg zich van een provinciaal stadje tot een drukkerscentrum van Europa. Aan de hand van Luthers geschriften, waarvan de intellectuele en materiële productie wordt beschreven, schetst Pettegree zo het beeld van een opmerkelijk man (Deel 1) die in het oog van een storm terecht komt, en dit niet ‘by accident’ (Deel 2). Rond de inhoud en originele stijl van zijn theologische communicatie groeperen zich al snel vrienden en vijanden (Deel 3), waarna Luther uitgroeit tot The Nation’s Pastor, terwijl hij met vaste hand de kerk opbouwt (Deel 4). En passant – verwijzend naar oplagen en herdrukken – laat Pettegree  nog maar eens zien hoe belangrijk Luthers gewone educatieve en stichtelijke werken zijn geweest. Van een man die zelf opgetrokken is uit woorden, die ook de scheppende macht van het woord kent, hoeft het niet te verbazen dat hij een boekje geschreven heeft met een titel als  ‘dat men de kinderen naar school moet sturen’, jongens en meisjes! Iedereen moet Gods woord kunnen lezen, neen, nu zeg ik het fout: iedereen moet Gods woord kunnen horen, dus moeten er voorlezers zijn, ‘verbi divini ministri’.

Dick Wursten

 

Recente boeken over Luther…

Hieronder (en in het menu) links naar besprekingen van enkele recente boeken over Luther.

NB: hiermee is niet gezegd dat oudere boeken over Luther per se slechter zijn. Het boek van Heiko Oberman, Luther, mens tussen God en duivel is nog altijd een must. Ook de voor het grote publiek bedoelde Lutherboeken van prof. dr. W.J. Kooiman zijn nog steeds heel leesbaar en betrouwbaar: Luther, zijn weg en werk en niet te vergeten Luther en de bijbel. Ook zijn bewerking van Hanns Lilje, Portret van Luther in de lijst van zijn tijd is prima. U kunt die voor een paar euro nog makkelijk vinden op de tweedehandsmarkt. Het enige nadeel van deze is dat ze soms iets te rooskleurig zijn over Luther en socio-psychologisch naïef, d.w.z. ze nemen de theologische uitspraken teveel at face value en zijn zich er niet altijd van bewust dat ook theologen maar mensen zijn bij wie er ook nog wel wat anders onderhuids kan broeien. Hier dan een selectie van recente Lutherboeken. De volgorde is toevallig (d.w.z. die waarin ik ze gelezen heb).

hendrix_Luther
Scott H. Hendrix
soderblom_Luther
Nathan Söderblom

Pettegree_BrandLuther
Andrew Pettegree

Kaufmann_LuthersJuden
Thomas Kaufmann

H.J. Selderhuis

Europa Reformata

Lyndal Roper

Hiebsch

 

Heeft Luther echt de 95 stellingen vastgenageld op de deur van de slotkapel te Wittenberg?

Waar of niet waar ?

Luther, op de vooravond van Allerheiligen, 31 oktober 1517,  met een hamer in de hand en enkele nagels (spijkers voor de Hollandse lezers) in zijn monnikspij op weg naar de slotkapel van Wittenberg, woedend om de schande van de aflaatverkoop. Hij rolt een groot vel papier uit, pakt de hamer vast en nagelt het op de deur van de kerk. De hamerslagen weergalmen in de kerk, door het stadje…  en weerklinken tot in Rome.

Op mijn website kunt u ze lezen (in het Latijn en Nederlands, met heel kort commentaar)

Zo ongeveer vertellen we het verhaal. Is het ook zo gegaan ? Tot ongeveer 50 jaar geleden twijfelde niemand daaraan. Er waren gravures van, het stond in elke biografie, en het was verfilmd.

thesenanschlag

Legende…

[NB: tekstupdate met bronvermeldingen, 15 juli 2017]

In 1961 liet een (rooms-katholieke) professor kerkgeschiedenis, Erwin Iserloh, een bom ontploffen in het kamp der Luther-geleerden door te suggereren dat de Thesenanschlag hoogstwaarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden. Hij stelde 1. dat Luther er zelf nooit iets over heeft gezegd, wat vreemd is, want Luther is juist behoorlijk openhartig over z’n leven en hield wel van een ‘goed verhaal’; 2. dat er geen ooggetuigenverslagen van zijn; 3. dat er geen drukversie van de thesen uit Wittenberg bekend is; 4. dat het verhaal pas opduikt na Luthers dood (Melanchthon in zijn terugblik op Luthers leven na diens overlijden) en 5. ook dan nog ‘van horen zeggen’, want Melanchthon was er niet bij. [6. Het argument dat je geen stellingen op een kerkdeur slaat, is het enige dat is weerlegd: de kerkdeuren waren de ‘valvas’ (prikborden) van de universiteit – zie onder]. Tegelijk wijst hij erop dat Luther op 31 oktober wel degelijk iets gedaan heeft, iets zeer belangrijks zelfs, namelijk een ‘brief’ schrijven aan zijn overste (bisschop van Brandenburg) en de aartsbisschop (Albrecht van Mainz) met een dringend verzoek om de zaak van de aflaatpredikers aan te pakken omdat die hun hun boekje verre te buiten gaan. Bij deze brief – en ook dat is gedocumenteerd – voegt hij een reeks stellingen (handgeschreven, gedrukt?). Deze brief is gedateerd op 31 oktober 1517. The rest is legend…

Eigenlijk niet meer dan logisch, zegt Iserloh, om een onderwerp als dit eerst via de geëigende binnenkerkelijk kanalen (brief aan de ‘kerkelijke leiders’ met de 95 stellingen in attachment) aan te kaarten in plaats van er meteen de boer mee op te gaan. Die stellingen waren dan ook geen publieke provocaties, maar voer voor een debat onder theologen. Dat is bij eerste èchte lezing (van de behoorlijk complexe latijnse stellingen) ook meteen duidelijk. Trouwens, Luther heeft precies dàt ook met zoveel woorden gezegd. Bijv. in een brief van 3 maart 1518, gericht aan zijn vriend en collega, Christopher Scheurl, professor Rechten in Neurenberg. Scheurl is één van degenen die de stellingen begin 1518 had verspreid (zowel manuscriptu als gedrukt èn naast latijn ook een Duitse versie). Luther schrijft dat hij daar eigenlijk helemaal niet zo mee was opgezet. Had hij dat gewild, dan had hij ze wel zorgvuldiger geformuleerd, zegt hij. Hij legt aan Scheurl vervolgens expliciet uit hoe hij zelf gedacht had, dat het zou gaan met die stellingen. Hij had ze opgesteld voor een ‘discussie in beperkte kring van collega’s en vrienden’ (academisch dus) om hun kwaliteit te testen. Daarom had hij ze naar zijn collega’s gezonden met de uitnodiging tot een samenkomst hierover. Zou dat niet lukken, of ze hem dan misschien schriftelijk hun mening zouden kunnen laten geworden. Mochten de stellingen in deze collegiale conversatie (disputatie, gesprek, briefwisseling, alles was dus mogelijk) overtuigend en sterk genoeg blijken (kerkelijk-juridisch en inhoudelijk-theologisch dus), dan zou hij ze publiceren. Indien niet, dan zou hij ze klasseren. Dit zegt toch eigenlijk wel veel… [hier het originele citaat uit de brief aan Scheurl]

   … of toch historie ?

Toch is dit niet het laatste woord over deze kwestie. In de afgelopen halve eeuw heeft men vastgesteld dat de de locatie op zich niet zo vreemd is: De slotkapel werd gebruikt als collegezaal door de universiteit en de poort diende als ‘Valvas’ (mededelingenbord van de unief). Aankondigingen van disputaties (standaard-onderwijsvorm) dienden te worden opgehangen aan alle Wittenbergse kerkdeuren (niet alleen van de slotkapel), aldus het universiteitsreglement. Dat er dus een blad met Luthers stellingen heeft gehangen is zeker niet onmogelijk. Dat Luther er nooit iets van gezegd heeft, blijft wel een belangrijk argument maar is op zich ook niet doorslaggevend, want het ‘ophangen’ op zich is niet perse vermeldenswaard. Het gaat om de ‘publicatie’. Alleen – en dat is dus al een zekere correctie op de legende – werd dat dan niet gedaan als provocatief publiek statement door een professor, maar door de dekaan (d.w.z. door zijn manusje van alles, de ‘pedel’) als een intern academisch gebeuren. Dat er geen ooggetuigeverslagen van zijn, zegt niets. Het zou een fait divers geweest zijn, geen wereldhistorische gebeurtenis. Het gebeurde elke week zeg maar, dus waarom zou iemand er nota van genomen hebben? Verder blijkt één van de oudst bekende drukvormen (editie Nürnberg, waarschijnlijk verzorgd door Scheurl) overeen te komen met de wijze waarop Luther zijn stellingen liet drukken in Wittenberg. Onlangs heeft men namelijk een folio ontdekt met stellingen van Luther over de scholastieke theologie (datering september 1517), gedrukt in Wittenberg bij Johann Rhau-Grunenberg, waarvan de layout (m.n. de nummering in groepen van 25) hetzelfde is als die van Luthers thesen tegen de aflaat (klik hier voor meer over de diverse drukken). Tenslotte heeft in 2006 iemand opnieuw aandacht gevraagd voor een handgeschreven notitie in de marge van een Duitse Bijbel waarin het ‘uithangen van de stellingen aan de kerkdeuren (NB: meervoud!) van Wittenberg’ wordt vermeld. De notitie is van de hand van een vaste medewerker van Luther, Georg Rörer en staat in een Duitse bijbel die tussen 1541 en 1544 door een kring geleerden, incl. Luther, werd geannoteerd met het oog op een verbeterde herdruk (die in 1545 verschenen is) (Zie onder voor een afbeelding en transcriptie). Daarmee is Philippus Melanchthons vermelding van het verhaal in 1546 (introductie van Luthers’ werken, postume uitgave) niet meer de eerste keer dat het verhaal wordt verteld. Echter: Rörer was net als Melanchthon niet zelf getuige want niet in Wittenberg. Het blijft dus ‘van horen zeggen’. Opvallend – en pleitend tegen het verhaal – is tenslotte nog dat Melanchthon de thesenanschlag voordien nooit genoemd heeft, terwijl hij wel meermaals over de 95 stellingen zelf heeft geschreven. Dan heeft hij het altijd over Luther die ze ‘geschreven’ (scripsit) , ‘uitgegeven-gedrukt-gepubliceerd’ (edidit) of ‘voorgesteld’ (proposuit) heeft. Nooit ‘aangeslagen-vastgemaakt’ (affixit, zo pas in 1546)

Is dit belangrijk?

Zeker! Door die spectaculaire Thesenanschlag uit het centrum van de aandacht te halen, komt beter aan het licht dat Luther blijkbaar binnen de officiële kerkelijke kaders is begonnen: brief aan (aarts)bisschop, dringend verzoek om op te treden, tegelijk en parallel daaraan: intern-academisch (theologisch) debat opstarten over de leer aangaande de aflaat (ook volledig legaal, een professor mag dat, mòet dat doen), en dan hopen dat de kerkelijke machinerie op gang komt om de geperverteerde aflaathandel te zuiveren. De reacties blijven echter uit en als ze komen, zijn ze niet bemoedigend. Onderwijl zijn de stellingen wel een eigen leven gaan leiden, met name omdat vrienden van Luther ze zijn gaan verspreiden (manuscript, druk) en als we Scheurl mogen geloven: ook vertalen in het Duits. Voorjaar 1518 besluit Luther dan niet langer te wachten. Hij publiceert de Sermon von den Ablass, een samenvatting in het Duits van zijn kritiek (kort, krachtig, scherp, eenvoudig). Hiermee zoekt hij nu ook zelf het publieke debat en is dus het hek van de dam. Die publicatie is het echte ‘oermoment’ van de Reformatie. Men schat dat van dit boek de oplage boven de 20.000 is gegaan (en meteen vertaald o.a. in het Nederlands), terwijl van de stellingen er hoogstens 200 zijn verkocht geraakt. Nu lag de zaak ‘op straat’ en kon hij niet meer terug (achter de veilige muren van de Academische aula). Hij is de Rubicon overgestoken: alea iacta est.

Wat is er dus echt gebeurd ?

We zullen het nooit zeker weten (dat is het lot van historici en dat moeten we ook gewoon zeggen), maar ik heb wel een idee… : Ik zie het voor me:

Op de vooravond van Allerheiligen besluit Luther om z’n ergernis over de brutale aflatenverkoop niet enkel in preken of gesprekken aan de orde te stellen, maar er iets mee te doen, iets dat zijn eigen studeerkamer of universiteitsstadje (in een ‘uithoek’ van het Rijk) zou overstijgen. Hij had al langer zitten broeden op een disputatie met z’n collega-theologen, liefst ook buiten Wittenberg. Het leek hem wel iets om dit openlijk te organiseren (zoals in Leipzig in 1519 ook ten dele is gebeurd, alleen was het vertrouwen toen al ver zoek) en had daarvoor al een aantal academische stellingen genoteerd. Maar veel urgenter is dat de kerkelijke leiders de aflaatverkopers zo snel mogelijk een halt toeroepen. Hij begint bij dat laatste en schrijft een vlammende brief aan de aartsbisschop (zoals gezegd bewaard, gedateerd en wel) en besluit om alvast maar een net afschrift (hetzij met pen, hetzij gedrukt, dat is niet duidelijk, ik gok op handgeschreven) van de 95 thesen bij te voegen. Of de Wittenbergse universiteitsdrukker (Johann Rhau-Grunenberg) op Luthers verzoek de thesen voor de disputatie heeft gedrukt of dat Luther handgeschreven kopieën heeft laten maken, maakt voor het vervolg ook niet zoveel uit. De onderzoekers tenderen naar gedrukte versies. Zeker is dat hij exemplaren naar een selecte groep vrienden en collega’s in Wittenberg en daarbuiten heeft gestuurd.  Er is zelfs een begeleidend schrijven van zo’n zending bewaard, gedateerd 11 november 2017, geadresseerd aan prof. Johannes Lang in Erfurt. Als we aannemen dat hij een openbare disputatie in Wittenberg wenste (wat ik onaannemelijk blijf vinden, maar soit), dan heeft hij die stellingen volgens het interne reglement naar de dekaan van de faculteit gestuurd, met het verzoek om de thesen te publiceren ‘Ad valvas’. Vervolgens zie ik dus niet Luther zelf, maar de de officiële assistent van de dekaan voor praktische zaken, de pedel, naar de slotkapel wandelen, op z’n gemak, niet op 31 oktober zelf. Dat was een feestdag. Ik stel voor: in de week erna. Of stel dat Luther de bisschop echt de tijd heeft gegegeven eerst te reageren, dan zou ik zeggen: ergens half november, als het antwoord uitblijft. Ik zie de pedel dan enkele oude mededelingen verwijderen om plaats te maken voor het vel papier met de 95 stellingen en dat daar dan bevestigen. NB: zeker niet met hamer en nagels, maar met een vorm van kleeflak, of een soort was. En hetzelfde moet hij dan ook gedaan hebben op de deuren van de andere Wittenbergse kerken. Hoe dan ook: binnen enkel weken (aldus Luther, maar hij overdrijft misschien wat) is Luthers ‘aanval op de aflaat’ (.d.w.z.: dat hij aan de alarmbel heeft getrokken bij de kerkelijke leiders, en dat hij de zaak ten grond wil bediscussiëren met collega’s), the talk of the town, en binnen enkele maanden ook een veelbesproken gespreksonderwerp in Europa. Er verschijnen drukken in Nürnberg en Leipzig in folioformaat (poster), en in Basel als een kleine brochure. klik hier voor de nodige afbeeldingen met achtergrondinfo.

The rest is history…

Enkele bronnen:

  • [link naar een andere pagina op deze site: Een samenvatting van Erwin Iserloh zelf (Duits) uit 1966/1968.]. Of een Engelse historicus die hetzelfde zegt in de eerste twee van zijn 95 stellingen over Luther.
  • brief van Luther aan Christoph Scheurl: … quod miraris, cur non ad vos eas miserim , respondeo, quod non fuit consilium neque votum eas evulgari , sed cum paucis apud et circum nos habitantibus primum super ipsis conferri , ut sic multorum judicio vel damnatæ abolerentur, vel probatae ederentur. [“… omdat je verwonderd bent dat ik ze niet naar jou heb gestuurd: wel, het was niet mijn bedoeling ze te publiceren, maar om eerst eens te overleggen met een aantal nabije collega’s, om – bij een negatief oordeel – ze te vernietigen, dan wel bij een positief oordeel, ze uit te geven.”]
  • Twee voorbeelden van hoe Luther zelf over zijn activiteiten op 31 oktober 1517 heeft gesproken/geschreven. 1. Uit Luthers Tischreden, niet perse betrouwbaar, maar wel bruikbaar, omdat ze niet officieel zijn. Hier zou je qua branie eerder een ‘meer dan een minder’ verwachten. Ze zijn uit verschillende bronnen samengebracht en genummerd en zo opgenomen in de uitgave van Luthers werken: Hier de meest geciteerde: 2455a: Anno 17. in die omnium sanctorum incepi primum scribere contra papam et indulgentias. [WATr 2, p. 467). Luther zegt hier dat hij ‘op de dag van Allerheiligen 1517 begonnen is tegen de paus en de aflaten te schrijven. That’s all folks, niets over een hamer of een kerkdeur, enkel schrijven. 2. uit zijn Brieven: Tien jaar na de feiten stuurt hij een brief aan de voormalige prior Nikolaus Amsdorf, waarin hij voorstelt een ‘glas te heffen’ om de 10de verjaardag van de ‘vernietiging van de aflaten‘ te gedenken : Wittembergae die Omnium Sanctarum anno decimo indulgentiarum conculcatarum, quarum memoria hac hora bibimus utrinque consolati (WABr 4, 275). Hier kun je ook weinig concreets uit afleiden behalve dat hij zelf 31/10/1517 wel als een cruciale datum heeft beleefd. Maar het verzenden van zijn ‘brief op poten’ met de 95 stellingen in bijlage, voldoet prima om deze feeststemming te verklaren.
  • In de brief aan zijn bisschop waarin hij toestemming vraagt om zijn toelichtingen op de stellingen (Resolutiones) te publiceren (13/2/1518), licht hij de 95 thesen toe: Itaque emisi disputationem invitans et rogans publice omnes, privatum vero, ut novi, quosque doctissimos, ut vel per literas suam sententiam aperirent. Hij claimt dus dat hij per brief zijn meest geleerde collega’s heeft uitgenodigd om daarover te discussiëren, hetzij openlijk (debat) hetzij per correspondentie. Dit wordt door de voorstanders van de provocatieve Thesenanschlag afgedaan als een ‘diplomatieke leugen’. Nochtans is het ook precies wat boven de clandestiene uitgaven van de 95 thesen te lezen staat (zie hier. )
  • Enkele voorbeelden waar Luther zelf zijn bedenkingen uit bij de publicatie van de 95 thesen, omdat ze ‘disputandi causa’ (om over te debatteren) waren: Inter quae sunt, quae dubito, Nonnulla ignoro, aliqua et nego, Nulla vero pertinaciter assero (WABr 1, 139, 52, aan de bisschop van Brandenburg, 13/2/1518.);  Sunt enim nonnulla mihi ipsi dubia (WABr 1, 152, 13, de reeds geciteerde brief van 5/3/1518 aan Christoph Scheurl, die waarschijnlijk verantwoordelijk is voor de editie in Nurnberg. Begin 1518 stuurde Scheurl kopieën van de handgeschreven versie aan diverse vrienden); ...disputationes sunt, non doctrinae, non dogmata, obscurius pro more et enygmaticos positae (WA 1, 528, aan Paus Leo X, aan wie Luther zijn toelichting op de 95 stellingen opdraagt in mei 1518. De Resolutiones.)
  • Over de pedel: Bidellorum munus esto … disputationes, promotiones in scholis publicare et ecclesiarum valuis intimare, zeggen de statuten van de Wittenbergse universiteit: dus op alle kerkdeuren van Wittenberg, niet enkel op die van de slotkapel.
  • 1546: Melanchton schrijft in het voorwoord van Luthers’ werken (Latijn) dat Luther de 95 stellingen “publiekelijk aan de kerk in de buurt van het Wittenberger kasteel heeft aangeslagen, op de dag voorafgaand aan het feest van Allerheiligen”. Volledige citaat in context: In hoc cursu cum esset Lutherus, circumferuntur venales indulgentiae in his regionibus a Tecelio Dominicano impudentisrimo sycophanta, cuius impiis et nefariis concionibus irritatus Lutherus, studio pietatis ardens, edidit Propositiones de lndulgentiis, quae in primo Tomo monumentorum ipsius extant, Et has publice Templo, quod arci Witebergensi contiguum est, affixit pridie festi omnium Sanctorum anno 1517 (CR 6, 161f. ).
  • In 2007 werden de debatten heropend (onder veel persaandacht, een goede publiciteitsstunt) doordat een ontdekking werd aangekondigd die nieuw licht zou werpen op de Thesenanschlag. Het betrof een aantekening van Luther’s vriend en medewerker Georg Rörer (1492-1557) in de marge van een exemplaar van het Nieuwe Testament (nu in de bibliotheek te Jena). Om precies te zijn: tussen de regels van het register met kerkelijke feestdagen achterin: “Anno domini 1517 in profesto omnium Sanctorum, p… Witemberge in valvis templorum propositae sunt … de Indulgentiis, a Doctore Martino Luthero”. Hier zegt iemand die er niet bij geweest is, dat op alle kerkdeuren van Wittenberg Luther zijn opvattingen over de aflaten heeft ‘voorgesteld’ (‘propositae’ = de technische term voor de afkondiging van stellingen voor een debat). Deze aantekening is te dateren tussen 1541 en 1544. De bijbel in kwestie is namelijk het werkexemplaar van de Lutherbijbel van 1541, waar Luther, Melanchthon en Rörer (soort wetenschappelijk secretaris) verbeteringen en annotaties aanbrachten met het oog op de definitieve versie, de bijbel van 1545. De aantekening dateert dus heel waarschijnlijk van vóór de afsluiting van dit proces, dus 1544. Daarmee is ze nu de eerste vermelding van de academische publicatie van de Luthers’ stellingen, geheel conform de statuten van de Universiteit, nl. op alle kerkdeuren van Wittenberg. Opnieuw: dit bevestigt de idee dat er een actie in ‘de academische ruimte’ heeft plaatsgevonden, een oproep van een bezorgde, bewogen en bevlogen professor tot een debat. Dit bevestigt dus niet de emotionele publieke provocatie, die de legende suggereert. Bewijzen doet de aantekening niets. Rörer was er ook niet bij. En hij kan die opmerking ook op eigen gezag hebben toegevoegd. Enkel zou je kunnen zeggen: tegen dat Luther z’n einde nadert (1545) begint het verhaal over zijn begin opgeld te doen. In elk geval: Rörer zat dicht bij de bron.
Rörer’s notitie (net voor het colofon)

 

Als u dus aan de kerkdeur-stellingen gehecht bent, dan mag je dus zeggen dat Luther zijn 95 stellingen heeft gepubliceerd door ze te laten uithangen ‘ad valvas’ (via de dekaan, door de pedel).

Het verhaal hoeft trouwens ook de wereld niet uit, zelfs niet als het niet waar is, want het is onovertrefbaar qua zeggingskracht. Het vat in één beeld samen wat er gebeurde. Se non è vero, è ben trovato. Zolang u deze thesenanschlag maar ziet als wat het is: een legende, d.w.z. ze verschaft de legenda bij het lezen van het echter verhaal. Net als die kernachtige zin, die Luther misschien ook nooit zo gezegd heeft maar die toch zijn hele speech voor de rijksdag in Worms (en zijn houding t.o.v. de gevestigde kerk) samenvat: Hier sta ik, ik kan niet niet anders. 

Dick Wursten

Luther als ‘kampioen van de goede werken’

Tegen de aflaat ? Vóór goede werken !

Aan de vooravond van Allerheiligen 1517 publiceerde de Augustijner monnik, professor exegese Nieuwe Testament: dr. Martin Luther zijn 95 stellingen tegen de aflaat. Het is niet toevallig, dat Luther dat op dìe dag deed. Op die dag was immers iedereen met de ‘hemel’ bezig, en met het ‘eeuwig leven’. Men was gericht op de heiligen, of op de (nog-niet) hemelse staat van geliefde familieleden, of op de eigen toekomstige positie in hemel, vagevuur of hel. De aflaathandel was voor een groot deel daar op gericht. Voor alle duidelijkheid: een aflaat ontsloeg de zondaar niet van zijn schuld, maar slechts van de tijdelijke straf, d.w.z. van de boete die hij hier op aarde moest doen. Die werd hem opgelegd door een priester nadat hij via de biechtstoel was gepasseerd… Maar ook van de boete die hem in het vagevuur nog te wachten zou staan, en vooral dat laatste kon enorm oplopen. Al lang was er protest tegen de wijze waarop deze aflaten aan de man gebracht werden. Reeds 60 jaar voor Luther had een andere augustijner monnik, Gottschalk Hollen, de stelling verdedigd: Boete is beter dan aflaat ! (Obermann 1988, hij verwijst naar een studie van W. Eckermann). Dat je boetedoening zomaar kon afkopen (ookal werd het sacrament veronderstelt (biecht en communie) ondermijnde ook naar het aanvoelen van deze zeer geliefde boeteprediker de ernst van het menselijk handelen en de ernst van de schuld.

Stel je hebt een zonde begaan, je gaat die biechten, je zegt dat je berouw hebt en de priester draagt je op als boetedoening een bedevaart naar Rome te maken en 10 rozenhoedjes te bidden… Maar dat is nogal wat. Je kunt je dat niet permitteren. In plaats daarvan ga je naar de rondtrekkende aflaatverkoper en verwerft je een aflaatbrief met ‘surplus’ (overschot voor toekomstige zonden). Je toont die de volgende keer aan je biechtvader en zegt triomfantelijk : ‘k Ben al klaar. De boete is al gedaan, ik heb het hier zwart op wit.

Luther was het dus helemaal met z’n collega eens: boete is beter dan aflaat. Maar het bijzondere van Luther is, dat hij nog één stap verder gaat: Je zou namelijk kunnen zeggen dat zijn 95 stellingen gesteld zijn onder een net nog iets ander motto:

Goede werken zijn beter dan aflaten.

        Drie stellingen:

43. Men moet de christen leren: Wie een arme iets geeft, wie een behoeftige iets leent, die handelt beter dan wanneer hij aflaatbrieven koopt.
45. Men moet de christen leren: wie een behoeftige ziet, maar aan hem voorbij gaat en in plaats daarvan een aflaat koopt, die verkrijgt niet de kwijtschelding van straf door de paus, maar wel de toorn van God.
46. Men moet de christen leren: wie geen overvloedige rijkdom bezit, is verplicht wat voor zijn gezin noodzakelijk is te bewaren en in geen geval het in aflaten te investeren.

Dat Luther dus ‘tegen goede werken’ zou zijn is een zeer oppervlakkige interpretatie van Luthers boodschap en eigenlijk een mistekening. Ook tijdens zijn leven kreeg hij dat verwijt al te horen. Ergens roept hij dan ook geërgerd uit: Men zou mij doctor bonorum operum (leermeester in goede werken) moeten noemen…

Hij is een groot propagandist van het doen van goede werken. Het enige wat hij toevoegt is: ze gelden niet als loon voor God om de weg naar de hemel mee te plaveien. Neen: je moet ze doen – niet voor de hemel – maar voor de aarde, als dienst aan de wereld (die God zo liefheeft) en als dienst aan de mensen die daar op wonen (die God jou als naasten schenkt).

Luther richt de blik dus op de wereld en vraagt om goede werken (niet om in de hemel te komen). Dat wil dus ook zeggen: goede werken waar de wereld wat aan heeft: Dus niet zelfkastijding, bedevaarten op naar Rome, en daar op blote knieën de trap op, zoveel missen voor die, zoveel voor die; neen: goede werken waar gezin, huis, hof, stad en land door worden opgebouwd.

Inderdaad: Luther is een waarachtig pleitbezorger van goede werken !