Andreas Malessa, ‘Hier stehe ich, es war ganz anders’

Andreas Malessa, Hier stehe ich, es war ganz anders. Irrtümer über Luther, SCM Hänssler Verlag, 2016, 192 blz. ISBN: 9783775156103

Voor wie Duits leest, een must in het Lutherjaar. Als een echte onderzoeksjournalist heeft Andreas Malessa zich gestort op de legenden die rond Martin Luther de afgelopen 500 jaar zijn ontstaan. Op een humoristische manier ‘deconstrueert’ hij zo menig sappig verhaal. En met kennis van zaken, zodat je onderwijl een goed beeld krijgt van allerlei gewoonten uit de 16de eeuw (huwelijkssluiting en huwelijksnacht bijv.) en van alles bijleert over hoe ook toen al propagandisten (voor en tegen Luther) te werk zijn gegaan om hem resp. groot of klein te maken.

Het boekje is dus diepgravender dan de luchtige titel en schrijfstijl suggereert: Meer dan 200 voetnoten boekstaven het onderzoek. Wil je dus eindelijk wel eens echt weten waar de spreuk over het ‘Appelboompje’ vandaan komt, dan kun je hier terecht. Je leest over de Duitse dominee die in 1944 dit ‘Lutherwoord’ citeert – een vergissing, maar hij meende oprecht dat Luther het gezegd had – maar daar houdt Malessa niet op. Hij probeert ook te achterhalen waar deze dominee dan zo’n spreuk zou kunnen hebben gelezen. Zou wel eens uit de mystieke kringen rondom J.A. Bengel (18de eeuw) kunnen stammen, suggereert Malessa. En dat is nog niet alles. Hij wil ook weten hoe het nu kan dat een circulaire zo’n carrière heeft gemaakt. Een gedicht van Goddfried Benn, dat in 1950 op de Duitse radio werd voorgelezen lijkt hier voor iets tussen te zitten. zie verder op de aparte appelboompagina. Aan bod komen bekende legenden (naast het Appelboompje, de Thesenanschlag, de Inktpot, Nonnen in haringtonnen, en natuurlijk de uitspraak ‘Here I stand’ te Worms) en typische claims (Luther heeft het Duits uitgevonden bijv.). Enfin, zie de titels hieronder.

Heel instructief voor leken, maar niet minder voor theologen.

Een hoofdstuk om in te lijsten is dat waarin hij Luthers laatste woorden ‘Wir sind Bettler’ behandelt. Malessa blijkt naast onderzoeksjournalist ook een uitdagende exegeet te zijn. Het ‘bedelaar-zijn’ slaat namelijk niet op onze relatie tot God (zoals in menige preek wordt gezegd), maar op onze armoe, on-vermogen, ten opzichte van de bijbeltekst, vergeleken met de lezers van Vergilius en Cicero. Nieuwsgierig?  Schaf het boek aan. U weet na afloop alles over 24 legenden, die vaak een mengeling zijn van ‘Dichtung und Wahrheit’. Altijd blijkt het schetsen van de context veel te verhelderen. De ondertitel dat het allemaal ‘Irrtümer’ (vergissingen) zijn, is dan ook de enige fout die ik heb kunnen ontdekken in dit boek. Het is complexer dan deze zwart-wit term suggereert.

Dick Wursten

Inhoudsopgave:

  1. Luther war abergläubisch
  2. Luther regte sich über den Sünden-Ablass auf
  3. Luther pflanzte ein Apfelbäumchen …
  4. Luther war ein Bauernsohn aus ärmlichen Verhältnissen
  5. Luther hat ganz schön gebechert
  6. Luther übersetzte als Erster die Bibel ins Deutsche
  7. Luther predigte beim Essen
  8. Luther hätte eigentlich gern eine Freikirche gegründet
  9. Luther hat manchmal getrickst und gelogen
  10. Luther hat heimlich geheiratet
  11. Luthers Frau kam in einem Heringsfass zu ihm
  12. Luther sagte: Hier stehe ich, ich kann nicht anders
  13. Luthers wichtigste Erkenntnis kam ihm auf dem Klo
  14. Luther war politisch eigentlich ein Kriegshetzer
  15. Luther hatte keine Lust, das Alte Testament zu übersetzen
  16. Luther war der erste Lutheraner
  17. Luther wollte sich einen Namen machen
  18. Luther nannte seine Anhänger »Protestanten«
  19. Luther hat deutsche Sprichwörter erfunden
  20. Luther hat 95 Thesen an die Kirchentür geschlagen
  21. Luther hat mit einem Tintenfass nach dem Teufel geworfen
  22. Luthers letzte Worte waren: »Wir sind Bettler, das ist wahr«
  23. Luther und seine Frau hatten Zuschauer beim Sex
  24. Luther empfahl Ehemännern eine Zweitfrau

 

Luther en het appelboompje…

 

“Als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, dan zou ik vandaag een appelboompje planten…”

zo luidt één van de fraaiste Luther quotes, die ik ken. Of Luther het ook gezegd heeft: niemand weet het. Geschreven heeft hij het in elk geval niet. De eerste schriftelijke vermelding van deze uitspraak als komend uit de mond van Luther dateert uit 5 oktober 1944. Dominee Karl Lotz  (van de Bekennende Kirche, een groep Duitse protestanten die zich in 1934 verenigden om zich tegen Hitlers annexatie van de kerk (Deutsche Christen) te verzetten) beëindigt hiermee een brief aan zijn collega’s. Hij wil ze bemoedigen om het vol te houden, terwijl de ‘wereld vergaat’. Eerdere versies komen uit de kringen van ‘mystiek geïnspireerde eindtijd-gelovigen’ (volgelingen van J.A. Bengel) en dateren dus uit de late 18de eeuw.

Bekend werd het woord in brede kring toen in 1950 op de Duitse radio een gedicht werd voorgelezen van Goddfried Benn.

Was meinte Luther mit dem Apfelbaum?
Mir ist es gleich. Auch Untergang ist Traum.
Ich stehe hier in meinem Apfelgarten
Und kann den Untergang getrost erwarten.
Ich bin in Gott, der außerhalb der Welt
noch manchen Trumpf in seinem Skatblatt hält.

De uitspraak werd gemeengoed en kon aan zijn carrière als spreekwoord van Luther beginnen. Hoimar von Ditfurth, een indertijd zeer bekende Duitse wetenschapsjournalist, gebruikte het zelfs in de titel van zijn boek (bestseller) waarin hij waarschuwt voor een (ecologische) catastrofe veroorzaakt door de mens die hypertrofe technologische producten bezit (atoombom), maar wiens brein nog netzo primitief is als dat van onze in stammen jagende voorouders “So laßt uns denn ein Apfelbäumchen pflanzen. Es ist so weit”, Lingen Verlag, Köln 1985.

Helemaal on-Luthers is het nu ook weer niet, zowel inhoudelijk (theologisch) als materieel (horticultuur). Vergelijk het eens met dit citaat uit een brief van Luther aan zijn vriend Wenceslas Link (nieuwjaarsdag 1527 – geciteerd in Selderhuis 2016):

Ik ben er erg blij mee dat je me voor het voorjaar zaad belooft. Stuur maar zo veel je kunt, want ik zie er zeer naar uit… Ook al gaan de satan en zijn aanhangers tekeer, ik lach hen ondertussen mooi uit doordat ik me verheug over mijn tuin, dat wil zeggen over de zegeningen van de Schepper en daar tot Zijn eer van geniet.

De vondst van vroegere Luthervorsers om het appelboompjesverhaal te redden door het te koppelen aan het crisisjaar 1532 (Luther was zwaar ziek en dacht niet lang meer te leven te hebben en koopt toch een tuin van een zekere Hans Heuffner)  is mooi gevonden maar blijft Hineininterpretierung. Die trouwens z’n papieren verliest als je beseft dat de melding van de aankoop van deze tuin op een mededeling van F. S. Keil berust, die in de 18de eeuw over Luthers fysieke problemen lezenswaardige dingen geschreven heeft (vier boekdelen!), maar hier geen bron vermeld. Latere historici hebben die wel gezocht, maar ook niet gevonden.

Dick Wursten