Andrew Pettegree, ‘Brand Luther’ (Het merk ‘Luther’)

Andrew Pettegree, Brand Luther. Printing and the Making of the Reformation. Penguin Press 2015. 388 blz. € 20,95. ISBN 9781594204968. 

Ook verkrijgbaar in het Nederlands: Het merk Luther (Atlas-Contact, € 29,95)[opmerking: De briljante subtitel van het origineel is hier wel erg verhakseld en syntactisch dubieus, maar dit geheel terzijde]

Pettegree_BrandLuther

Wie geïnteresseerd is in de manier waarop Luther ‘zichzelf’ en zijn ideeën in de markt zette, maar een beetje huiverig is voor al die theologie die dat met zich meebrengt, die kan zijn hart ophalen aan een prachtige boek van Andrew Pettegree, de kenner bij uitnemendheid van de wereld van het boek in de zestiende eeuw: Brand Luther (merk ‘Luther’). De ondertitel zegt waar het boek over gaat: ‘Printing and the making of the Reformation’. De blurb op de omslag, die tegelijk ook illustreert (letterlijk) wat de hoofdboodschap van het boek is, zegt het nog preciezer: ‘How an unheralded monk turned his small town into a center of publishing, made himself the most famous man in Europe – and started the protestant reformation’. Je wandelt hier met Luther door het ministadje Wittenberg, je hoort Luther ruzie maken met de locale drukker Rhau-Grunenberg als hij weer eens minderwaardig zetwerk heeft afgeleverd. Je ziet Lucas Cranach en Melanchthon bezig met het ontwerpen van spotprenten op de paus. Maar bovenal krijg je ontzag voor de schrijf- en werkkracht (en concentratie) van Luther in met name de jaren 1517-1525. Zeer leerrijk is het stuk over Luthers eerste Duitse boekje (‘Sermon von der Ablasz und Gnade’, 1518) eigenlijk een pamflet, een brochure. Het zijn maar 8 bladzijden, 20 korte alinea’s. In iets meer dan 1.400 woorden (2 A4-tjes) zet Luther puntsgewijs en beknopt uiteen wat hij heeft willen zeggen met zijn thesen over de aflaat, zo, dat elke Duitser die kan lezen, het begrijpt. Wie iets van de theologische debatstijl van de late Middeleeuwen kent, weet dat dit not done was. Hier is een revolutionair bezig, die bewust het publiek zoekt om zijn punt te maken. De drukpers staat hem ten dienste, maar tegelijk transformeert Luthers schrijven de drukkerswereld zelf. Een markt wordt ontdekt en de drukpersen komen met al die pamfletten, boekjes in de volkstaal etc.  voor het eerst goed onder stoom. In no time ontwikkelt Wittenberg zich van een provinciaal stadje tot een drukkerscentrum van Europa. Aan de hand van Luthers geschriften, waarvan de intellectuele en materiële productie wordt beschreven, schetst Pettegree zo het beeld van een opmerkelijk man (Deel 1) die in het oog van een storm terecht komt, en dit niet ‘by accident’ (Deel 2). Rond de inhoud en originele stijl van zijn theologische communicatie groeperen zich al snel vrienden en vijanden (Deel 3), waarna Luther uitgroeit tot The Nation’s Pastor, terwijl hij met vaste hand de kerk opbouwt (Deel 4). En passant – verwijzend naar oplagen en herdrukken – laat Pettegree  nog maar eens zien hoe belangrijk Luthers gewone educatieve en stichtelijke werken zijn geweest. Van een man die zelf opgetrokken is uit woorden, die ook de scheppende macht van het woord kent, hoeft het niet te verbazen dat hij een boekje geschreven heeft met een titel als  ‘dat men de kinderen naar school moet sturen’, jongens en meisjes! Iedereen moet Gods woord kunnen lezen, neen, nu zeg ik het fout: iedereen moet Gods woord kunnen horen, dus moeten er voorlezers zijn, ‘verbi divini ministri’.

Dick Wursten