Judensau (Wittenberg)

In de gevel van de kerk van Wittenberg bevindt zich een reliëf uit 1305 dat een ‘Judensau’, een jodenzeug (zwijn), voorstelt. Je ziet een rabbi die onder de staart van een zeug kijkt terwijl andere joden aan de tepels van de zeug drinken. Het opschrift luidt: Rabini Shem Hamphoras, wat een verbastering is van ‘shem ha-meforash’ (de volledig uitgesproken Naam van God). In Duitsland zijn er nog wel meer van dergelijke afbeeldingen te vinden. In zijn meest virulente anti-joodse geschrift ‘Vom Schem Hamphoras’ (1543) levert Luther commentaar op deze sculptuur. Hij situeert de Talmoed in de ingewanden van het varken en schrijft: ‘Hier in onze kerk in Wittenberg is een zeug in steen uitgehouwen. Varkentjes en joden drinken uit de zeug. Achter de zeug zit een rabbi die zich over de zeug heen buigt. Hij tilt haar rechterpoot en staart op, terwijl hij oplettend onder haar staart kijkt. Hij leest daar de Talmoed alsof hij iets heel acuuts of bijzonders leest; daar halen ze hun Shemhamphoras vandaan.

In 2017 (Lutherjaar) is er een wereldwijde petitie gestart om deze sculptuur te verwijderen (of op z’n minst te verplaatsen naar een museum of iets dergelijks). Hiertoe zijn zelfs processen aangespannen. Onder de afbeelding van een pamflet uit 1596, vindt u een verslag van hoe het afgelopen is (overgenomen uit het tijdschrift van de Antwerpse Contactgroep voor Joods-christelijke betrekkingen (ACJB) van januari en maart 2020. Inclusief enkele commentaren op de afloop.

AFLEVERING 1

eind 2019: De beledigende sculptuur van rond 1300 aan de hoofdkerk in Wittenberg, met de bekende ‘Judensau’ zou moeten verwijderd worden. Dat heeft een actiegroep met christenen in een rechtszaak geëist. Het spotbeeld laat een varken zien waaraan duidelijk herkenbare Joodse mensen gezoogd worden en waarbij een rabbijn in het achterwerk kijkt.
Het gerechtshof  van Dessau-Roßlau had eerder al een uitspraak gedaan dat het mocht blijven hangen. De zaak sleept al aan van in 2017. De oorspronkelijke bedoeling was om Joodse mensen af te schrikken zich niet te komen vestigen in de stad en om christenen te verwittigen. Een oproep bij het jubileum van de reformatie om alles te verwijderen had geen effect. De vraag bleef of het beeld thuishoorde in een museum  of moest blijven hangen als getuige van een donker verleden, als ‘een doorn in het vlees’, om de discussie levend te houden. Is het een inkijk in de tijdgeest van voor de reformatie of in de tijd van Luther? Wat dan met de restauratie van de kerk in de 19de eeuw? Een petitie om het beeld weg te nemen kreeg 7200 handtekeningen. Niemand in het kerkbestuur is blijkbaar gelukkig met dit overblijfsel uit het verleden. De kerk maakt deel uit van het Unesco-erfgoed, maar heeft men alleen maar oog gehad voor de deur van de 95 stellingen van Luther? In de toeristische informatie zoekt men tevergeefs naar deze zandsteenfiguren. Het stadsbestuur had in eerste lezing besloten alles te laten. Daarna volgde dus een gerechtelijke procedure met een eerste uitspraak   en nu moet dus een uitspraak in beroep volgen. Indien niet aan de vraag van de actiegroep tegemoet gekomen wordt wil men naar het Europees hof.

Deze duidende tegel bevindt zich op het voetpad bij de kerk. Aan u om te oordelen of de duiding die hier is ingewerkt afdoende is. Het is in elk geval al zeer de vraag of bij de opmaak hiervan contact is geweest met de Joodse gemeenschap. Immers de vierletterige Naam van de Eeuwige staat ter twee maal voluit in…

AFLEVERING 2

begin 2020: Het Hooggerechtshof in Naumburg heeft het beroep tegen een uitspraak van het Hooggerechtshof van Dessau-Roßlau verworpen. De afbeelding  mag voorlopig in de stadskerk van Lutherstadt blijven

De eiser, lid van een joodse gemeenschap, had de verwijdering van het 13de-eeuwse beeld geëist omdat hij zichzelf en “heel het jodendom” erdoor belasterd acht als een “Saujude”.
“Het vonnis is overtuigend,” zegt Christian Rath in de TAZ: “De protestantse kerkgemeenschap wilde met haar besluit om het lasterlijke beeld te laten staan, de Joden niet in diskrediet brengen – en keurt het niet goed. De congregatie wilde liever haar eigen geschiedenis onder ogen zien: historisch christelijk antisemitisme moet zichtbaar blijven, vooral in de Wittenbergkerk van Luther, die zelf een beroerde antisemiet was”. Of de discussie nu voorbij is kan men zich afvragen. 
Hoewel de Duits-joodse historicus Michael  Wolffsohn de “Judensau”-taferelen als zodanig veroordeelt, is hij tegen het verwijderen ervan uit kerken. Men kan de geschiedenis niet ongedaan maken. In plaats daarvan moet de samenleving zich duidelijk distantiëren van de mistoestanden. Hij noemde dit alles ‘eine perverse Sauerei’,  ‘een gemene smeerboel’.
Kerkhistoricus en Lutherspecialist  Thomas Kaufmann denkt in dezelfde richting. Het wegnemen van de gevel zou volgens hem deze aanstootgevende geschiedenis wegstoppen. “Het ‘ ding’ provoceert en is een uitnodiging om permanent over het antisemitisme na te denken. De andere 30 nog steeds bewaarde “Judensau” voorstellingen in het kerkelijk interieur, in de openbare ruimte, bevinden zich bijna alle in het huidige Duitsland, en het is de regio waarvan ik paradoxaal genoeg zou zeggen dat er sinds de 13e eeuw een bijzonder dichte joodse bevolking bestaat. In Engeland, in Frankrijk, in de 13e, in de 14e eeuw werden de joodse verdrijvingen uitgevoerd, in Spanje, zoals bekend, begon aan het eind van de 15e eeuw een massale golf van verdrijvingen, terwijl in Duitsland in feite pas rond 1500 een sterkere golf van verdrijvingen begon, hoewel deze, volgens de politieke structuur van het rijk, sterk varieerde in de afzonderlijke gebieden en steden. In dit opzicht is de Judensau, die verondersteld wordt de Joden te belasteren, bang te maken, te bespotten, een paradoxale aanwijzing voor de aanwezigheid van Joden, en als zodanig moet het worden geïnterpreteerd.”